You are here

Eisen balvaardigheid, sticker 3

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 1 minuut ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de kandidaat een bal minimaal 10 keer, van de ene hand naar de andere hand 'jongleert'.
  • In het water, 5 keer vangen en werpen van een bal, met één hand van en naar een mede-kandidaat, welke zich op ± 4 meter afstand eveneens in het water bevindt.
  • In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo- crawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (drukmethode). De proef wordt afgerond met het wederom oppakken van de bal met één hand (drukmethode), het maken van een halve draai om de lengte-as en het werpen van de bal over een afstand van 7 meter (tegen de zwemrichting in).
  • In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo-crawl in een slalomparcours met 5 vaste markeringspunten (bijvoorbeeld boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (drukmethode), het maken van een halve draai om de breedte-as achterover (komen tot rugligging) en het werpen van de bal over een afstand van 7 meter (in de zwemrichting).